|
|||||
Leoš Janáček (1854 - 1928) | |
|
Nadat Venlona in 2002 het Veni Sancte van Janáček opnieuw ingestudeerd had werd besloten om ook het Ave Maria (met tekst van Lord Gordon Byron) in het repertoire op te nemen. Wie is deze componist, waaraan, ter herinnering aan het feit dat hij 150 jaar geleden geboren werd, in 2004 veel aandacht besteed zal worden? Hij werd op 3 juli 1854 geboren in Hukvaldy. Hukvaldy ligt in Moravië (Oost-Tsjechië)
maar was destijds onderdeel van het Habsburger Rijk. Al op jeugdige leeftijd werd hij koorknaap bij het
Augustijnen Klooster in Brno, waar hij ook naar school ging. Een koor dat hij overigens later ook dirigeerde. |
Tegenwoordig wordt Jenůfa vrijwel altijd weer in de oorspronkelijke vorm opgevoerd. Jenůfa was echter niet de eerste opera die hij componeerde. Dat was Šárka (1887), een korte opera, waarvan hij het manuscript aan Dvořák opstuurde, de door Dvořák geopperde wijzigingen aanbracht en het werk vervolgens niet mocht uitvoeren!. Het libretto was van Julius Zeyer. Die weigerde de rechten te verschaffen omdat hij hoopte dat Dvořák zelf het libretto zou gebruiken. Dat gebeurde niet en pas in 1925 - Zeyer was in 1901 al overleden - gaven zijn erfgenamen toestemming en werd Šárka op 11 november van dat jaar uitgevoerd ter gelegenheid van Janáček’s 70-ste verjaardag. Behalve een aantal opera's en de nodige religieuze muziek componeerde en arrangeerde hij prachtige volksmuziek en een tweetal symfonieën. Daarnaast schreef hij de nodige werken voor zowel mannen- als vrouwenkoren. Tussen 1919 en 1925 componeerde hij drie van zijn mooiste opera's waaronder Příhody Lišky Bystroušky (Het kleine slimme vosje), een humoristische opera die zich afspeelt in het dierenrijk. Hij overleed in 1928 aan de gevolgen van een longontsteking en liet een groot aantal onafgemaakte partituren na. ¬ |