Leoš Janáček (1854 - 1928)

Nadat Venlona in 2002 het Veni Sancte van Janáček opnieuw ingestudeerd had werd besloten om ook het Ave Maria (met tekst van Lord Gordon Byron) in het repertoire op te nemen. Wie is deze componist, waaraan, ter herinnering aan het feit dat hij 150 jaar geleden geboren werd, in 2004 veel aandacht besteed zal worden?

Hij werd op 3 juli 1854 geboren in Hukvaldy. Hukvaldy ligt in Moravië (Oost-Tsjechië) maar was destijds onderdeel van het Habsburger Rijk. Al op jeugdige leeftijd werd hij koorknaap bij het Augustijnen Klooster in Brno, waar hij ook naar school ging. Een koor dat hij overigens later ook dirigeerde.
Hij studeerde aan de conservatoria van Praag, Leipzig en - zij het kort - in Wenen. Hij verdiende zijn brood als leraar en dirigent. Janáček mag dan wel niet zo bekend zijn als zijn landgenoten Smetana of Dvořák, vooral de laatste jaren worden zijn opera's steeds frequenter opgevoerd. Eigenlijk is dat kenmerkend voor deze componist, die wat muziekstijl betreft meer Slavisch dan Westers georiënteerd is dan zijn beroemde landgenoten. Pas op zeer late leeftijd (hij was de 60 al gepasseerd) brak hij internationaal door. En dat nog wel met de opera Jenůfa, die hij al in 1894 had gecomponeerd en die pas in 1904 voor het eerst in Brno werd opgevoerd. Ondanks het succes duurde het tot 1916 voordat de opera in Praag werd opgevoerd. Belangrijkste oorzaak was een vete tussen de directeur van de Nationale Opera Karel Kovařovic, die lange tijd weigerde de opera in de oorspronkelijke vorm uit te voeren. Dat gebeurde pas nadat Kovařovic fors had ingegrepen in de orkestratie.

Tegenwoordig wordt Jenůfa vrijwel altijd weer in de oorspronkelijke vorm opgevoerd. Jenůfa was echter niet de eerste opera die hij componeerde. Dat was Šárka (1887), een korte opera, waarvan hij het manuscript aan Dvořák opstuurde, de door Dvořák geopperde wijzigingen aanbracht en het werk vervolgens niet mocht uitvoeren!. Het libretto was van Julius Zeyer. Die weigerde de rechten te verschaffen omdat hij hoopte dat Dvořák zelf het libretto zou gebruiken. Dat gebeurde niet en pas in 1925 - Zeyer was in 1901 al overleden - gaven zijn erfgenamen toestemming en werd Šárka op 11 november van dat jaar uitgevoerd ter gelegenheid van Janáček’s 70-ste verjaardag.

Behalve een aantal opera's en de nodige religieuze muziek componeerde en arrangeerde hij prachtige volksmuziek en een tweetal symfonieën. Daarnaast schreef hij de nodige werken voor zowel mannen- als vrouwenkoren. Tussen 1919 en 1925 componeerde hij drie van zijn mooiste opera's waaronder Příhody Lišky Bystroušky (Het kleine slimme vosje), een humoristische opera die zich afspeelt in het dierenrijk. Hij overleed in 1928 aan de gevolgen van een longontsteking en liet een groot aantal onafgemaakte partituren na. ¬